De eerste uitdaging diende zich diezelfde avond al aan. De toch al kleine keuken veranderde in een menselijk doolhof. Een van Laura's neven wilde een ingewikkeld recept maken waarvoor de helft van het aanrecht, drie pannen en twintig minuten concentratie nodig waren. Anderen probeerden tegelijkertijd sandwiches te maken. Uiteindelijk leek mijn keuken wel een culinair oorlogsgebied.
Om negen uur, toen we eindelijk allemaal zaten, kondigde ik terloops aan:
"Voor morgen stel ik een ploegendienst voor. De ene groep kookt, de andere wast, weer een andere ruimt op. En elk gezin draagt geld bij voor het eten. We schrijven het op."
Stilte.
Een oom schraapte zijn keel.
— "Geld? Ik dacht dat dit een familiebezoek was."
Ik glimlachte.
— "Inderdaad. En juist omdat het een familieaangelegenheid is, dragen we allemaal ons steentje bij."
Er was geen tegenstand. Misschien omdat ze al honger hadden en wilden eten, misschien omdat ze diep van binnen wisten dat het het juiste was om te doen.
De volgende dagen waren een logistieke uitdaging. De diensten verliepen verrassend goed. Ik hield de uitgaven bij, organiseerde de boodschappen en deelde taken uit. Sommigen leken te genieten van de nieuwigheid van het samenleven; anderen klaagden wel wat, maar deden dat in stilte.
Langdurig samenwonen bracht echter onvermijdelijke spanningen aan het licht.
Een paar nachten ving ik stilletjes ruzies op tussen de stellen, omdat slapen op matten niet comfortabel was. De jongeren wilden de bergen verkennen, maar wilden niet vroeg opstaan. Laura's moeder bekritiseerde voortdurend de minimalistische inrichting van het huisje.
Toch bleef ik, hoe vreemd het ook mag lijken, kalm. Want diep van binnen wist ik dat deze situatie, hoewel uitputtend, alles op zijn plaats zette: zij begrepen mijn grenzen, ik begreep mijn eigen mogelijkheden, en er begon een stilzwijgend respect te ontstaan.
Lees verder door hieronder op de knop (VOLGENDE 》) te klikken !